Rulles, het dorp met al zijn bruggen.
Inderdaad, in Rulles heb je 4 loopbruggen en 14 bruggen. Twee van die bruggen werden in 1940 verwoest en tijdens de ontploffing ervan stierf een Belgische militaire P. Coller. In het noorden wordt het dorp omringd door het bos van Rulles en de dorpen van Thibessart en Anlier. In het oosten ligt Houdemont, in het westen Marbehan en Villers-sur-Semois in het zuiden. Verscheidene rivieren lopen door deze streek waarvan de Rulles de belangrijkste is. De Rulles, met zijn zijrivieren mondt uit in de Semois. Het dorp ligt op een hoogte van 350 m tot 424 m.
Geschiedenis.
In de 17de eeuw waren er 11 fabrieken langs de Rulles: fornuizen, smederijen, gieterijen en fabrieken van platen. De naam 'RURIS' kwam al voor in 1097 en 'RURE' in 1239, 1309 en 1314. De naam heeft drie mogelijke oorsprongen :
- 'Rus' met als betekenis 'velden'.
- 'Rus' afkomstig van 'rivus' (water).
- 'Ruhr' , zoals in Duitsland 'de Ruhr', met als betekenis 'rivier met ijzer (roest)'.
De inwoners uit het dal worden 'Hoguets' of 'Hogais' genoemd. Tijdens de eerste wereldoorlog werden sommige wijken langs het bos verbrand en in 1944 werden 11 huizen vernield.
La Mardelle
Het was een in de grond gegraven gat met een ronde vorm. Het werd bedekt met stammen en klei die een kegel vormde boven de grond. Die 'huizen' werden gebruikt in de 5de eeuw voor Christus en dat tot de Romeinse verovering. Bij de opgravingen van 1913 kwamen overblijfsels aan het licht, zoals de bomen of stammen die als geraamte dienden. Die bomen werden ruw afgewerkt. La Mardelle ligt op de heuvel tussen Rulles en Villers, niet ver van de Romeinse weg Trèves, Carignan, Reims.
De kapel van de Mont Carmel (geklasseerd)
In 1570 werd een kerk gebouwd in het huidige kerkhof. Tot 1819 bleef die de parochiekerk 'Saint Maximin'. In 1819 liet pastoor Lanzer de huidige kerk bouwen. In 1850 kwam er een huiskapel in plaats van de oude kerk. Die werd opgericht door pastoor Kenler.
Het oude kerkhof (geklasseerd)
De graven van het oude kerkhof, waarvan de omtrek achthoekig is, zijn georiënteerd op de oude kerk en vormen een concentrische ring. Oude grafstenen uit de 17de eeuw liggen langs de zuidelijke gevel. Daar liggen ook nog antieke ijzeren kruisen uit verschillende tijdperken.
De romeinse villa
In Chaumont werd in 1913 gegraven om sporen van 'l'église des Gaules' te vinden. Er werden bakstenen, dakpannen uit de Romeinse periode aan het licht gebracht, maar ook overblijfsels van een Romeinse 'hypocauste' (Romeinse centrale verwarming).
De molens
De wateren van de Rulles brachten de twee turbines en het wiel van de 'Grote Molen' (maison Collet) en van de zagerij in beweging. In die molen kon iedereen zijn tarwe laten malen.
'Le Petit Moulin' (de kleine molen) ligt lager dan het kerkhof. Daar werden bonenplanten en eikels gemalen om er olie mee te maken, maar ook gerst en haver om veevoer te maken. Die twee molens waren vroeger het eigendom van het abdij van Orval.
De Hoogoven
Hij ligt op de 'Mandebras' waar vroeger een vijver was. Die werd in 1629 gebouwd nadat de ovens en de smederij van Mellier (1617) gebouwd werden. Hij werkte in de 17de en 18de eeuw (1ste helft van de 18de eeuw), samen met de ovens van Mellier-Haut. In 1750 kwam die hoogoven onder het bestuur van de smederij van Mellier-Bas en dat tot de Franse revolutie. De houtskool werd in de bossen gemaakt en gebruikt als brandstof maar ook om strijkijzers en ovens te verwarmen. Later werd de houtskool door steenkool vervangen. De fabrieken van Musson en Halanzy produceerden ruw erts en de steenkool was meer efficiënt om het ijzer te doen smelten. De oven van Rulles produceerde geaffineerd gietijzer, waarmee men ijzer of staal kon maken. De gesmolten massa kwam in goten en het gietijzer werd in blokken gedeeld (die blokken noemden men 'gueuses'). Men bracht dat gietijzer naar de smederij van Mellier. Nadat men de onzuiverheid of vuildeeltjes weggenomen had, werd dat gietijzer smeedijzer dat gebruikt werd door de smeden of de platenfabrieken. Kluis van Bizeu
In het woud worden sporen gevonden van de kluis die langs de 'Mandebras' gebouwd werd (op 3 km ten noordwesten van Rulles). Sinds 1659 hield men daar 'La Foire du Bizeu' (van het latijn BISSUS = doek). Mensen kwamen van heel ver om dat stevige en sterke doek te kopen. Twee kluizenaars, Broeder Jérôme en Abraham Gilson hebben in de kluis gewoond en zijn later naar Orval gegaan. Broeder Abraham die graag schilderde bestuurde de Italiaanse meesterwerken in Rome, volgde daarna lessen bij de schilder Fratel in Mannheim, ging naar de Akademie van Düsseldorf waar hij de eerste Prijs in 1776 won. Hij werkte ook aan de versiering van kerke en kloosters. Twee van zijn leerlingen waren de gebroeders Redouté uit Saint-Hubert.
|