Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier
Habay
Léglise
Neufchâteau
Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier
Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier
latitude
Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier
Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Keus van talen FR DE UK NL Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier
Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier
Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier
Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier home
Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier
Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier Maison du tourisme du pays de la forêt d'Anlier

Habay   


Anlier
De sites van de Pont-d'Oye
De smederijen
Maurice Grévisse
De Gallo-Romeinse villa van Mageroy
Rulles, het dorp met al zijn bruggen

Maurice Grévisse.

Maurice Grévisse werd geboren op 7 oktober in Rulles. Hij is de zoon van een smid die men 'Désiré van de gasblazer' noemt en van Marie Emilie Michel, die naaister was.
Maurice heeft alleen maar oog voor zijn vader die bekend staat voor zijn kalmte en 'zijn mooie werkstukjes'. De 'Marchau' (hoefsmid) blinkt inderdaad uit in een werk dat geduld en nauwwkeurigheid vereist en dat ondermeer bestaat uit het uittanden van sikkels.
Hij gaat naar de 'kleine school' bij zuster Agathe die onder in haar grote zak een potje met kristalsuiker verborgen hield waarin iedereen die braaf was geweest, zijn natgemaakte vinger mocht ronddraaien.
De kleverige massa werd daarna in de grootste verukking opgelikt.
Het werd 'de lekkere vinger' genoemd.

Op een dag tijdens de speeltijd vlucht Maurice van de school en holt hij wijdsbeen naar huis. Maar 'een grote' uit de meisjesklas van zuster Marguerite haalt hem in bij 'de kruisweg' en voert de beschaamde en jankende Maurice terug naar de groep van zuster Agathe.
Op de 'grote school' is het M. Foret - 'Mijnheer de Meester' - die hem de liefde voor de spraakkunst leert. Maurice heeft al wel de 'lap' behaald (voorschot van de smid, maar op aandringen van M. Jules Foret wil hij toch liever zijn studies voortzetten.
Maurice is dikwijls in gezelschap van Mijnheer Pastoor Lemaire, die graag vist naar verloren zielen maar ook op grote snoek. En het is Maurice Grevisse die ter plaatse is wanneer de pastoor zich een beetje te ver waagt op de oever van de rivier en in het water belandt aan 'het eilandje'. De jonge kerel de eerwaarde maar al te graag op het droge.
Desire heeft zijn zoon nodig in de smidse maar de jongen, gesteund door 'Mijnheer de Meester', dringt aan opdat hij toch maar zou terugkeren naar wat hij het liefst doet. En zodoende loopt hij zijn secundaire studies af bij de Maristen in Arlon om daarna een diploma van onderwijzer te behalen in Carlsbourg. Na een korte periode van les geven, schrijft hij zich in voor de studies 'letterkundig regent' in Malonne.

Zijn loopbaan.
Als leraar in de school van de legerpupillen in Marneffe, is hij geducht voor zijn spitsheid maar wordt hij tevens bewonderd voor zijn quasi onfeilbaarheid wat betreft zinsbouw en spelling.
Terwijl hij les blijft geven, studeert hij op zijn eentje het Latijn en het Grieks en slaagt hij in het examen voor de Middenjury, wat de poort voor de universiteit wijd open zet.
Het gaat nu vlug voor Maurice Grevisse. Hij schrijft zich in bij de universiteit van Luik en wordt, zonder eigenlijk de lessen te volgen, dokter in klassieke filologie. Daarna wordt hij benoemd als leraar aan de Cadettenschool van het leger, eerst in Namen, dan in Seilles en uiteindelijk in Brussel waar hij zich definitief vestigt.

"HET GOEDE GEBRUIK".
In 1936 vraagt een van zijn collega's hem of hij geen zin heeft om een klein spraakkunstboekje te herzien, dat wat onder het stof is geraakt. Maurice zet zich aan het werk, herziet het boekje blad na blad, hoofdstuk na hoofdstuk en de pagina's stapelen zich op aan zijn werktafel. In feite schrijft hij een geheel nieuwe spraakkunst, maar de uitgevers hebben een beetje angst voor de omvang van het werk.
Na verscheidene maanden wordt dit met potlood geschreven werk ontdekt door Fernand Desonay, professor aan de universiteit van Luik, hij is diep onder de indruk en begeesterd door dit werk met zijn handgeschreven romeinse, cursieve en vette letters die haast niet zijn te onderscheiden van de gedrukte? Ondanks de steun van Desonay weigeren de uitgevers nog steeds. Broeder Joseph van de 'procuur' van Namen stelt Maurice voor om zich te wenden tot 'Père Duculot', de drukker in Gembloux. Deze laatste is eerst wat gereserveerd, maar heeft uiteindelijk toch toe.
De eerste druk van 'Het goede gebruik', dat 704 pagina's telt, heeft voorzichtigheidshalve een oplage van 3000 exemplaren.
De twaalfdedruk in 1986 telt niet minder dan 1800 pagina's en de totale uitgifte van dit 'riskante werkje' van toen, overschrijdt al geruimte tijd het miljoen.
Maurice Grevisse heeft vele lofbetuigingen ontvangen voor zijn 'Goed gebruik' : Henri Troyat , Jean Rostand, Hervé Bazin, André Gide,... Het is trouwens deze laatste die op 8 februari 1947 op de eerste pagina van de 'Figaro littéraire' een echte lofzang afsteekt voor de schrijver van 'Het goede gebruik'.
'Het is de beste spraakkundige van de franse taal', schrijft hij. Onze Franse vrienden, die voorheen niet geneigd waren lessen te krijgen uit België wat betreft de franse taal, moeten ditmaal hun mening weerzien.
Op 30 oktober 1966 vierde Rulles zijn meeste bekende afstammeling, de spraakkundige Maurice Grevisse, naar aanleiding van de 30ste verjaardag van de eerste druk van 'Het goede gebruik'.
Na een academisch zitting werd de straat waar zijn ouders woonden, officieel herdoopt naar zijn naam.

 

Agenda van de festiviteiten | Activiteiten | Feesten | Geschiedenis
Gastronomie | Overnachting | Nuttige links | Contact
© La Maison du tourisme du Pays de la Forêt d'Anlier | 2005
Maison Bourgeois, Grand place, 3, 6840 Neufchâteau.
+32 (61) 27 50 88 | info@foret-anlier-tourisme.be